Ontslag begint zelden bij de ontslagbrief. Het begint vaak al veel eerder. Maar eindigt bij het MT aan tafel, waar het nieuws binnenkomt dat een van de beste medewerkers vertrekt. Zo iemand waarvan iedereen meteen denkt: kak, hoe kan dit? Slim, energiek, geliefd bij klanten, gewaardeerd bij collega’s en belangrijker voor de organisatie dan misschien ooit hardop is uitgesproken. Op dat moment lijkt het ontslag het grote signaal. Maar meestal is het echte signaal al maanden eerder afgegeven.
In overleg om het te begrijpen schiet de analyse vaak alle kanten op. Eerst gaat het over salaris. Daarna over werkdruk. Vervolgens over thuiswerken, secundaire arbeidsvoorwaarden, generatieverschillen, loyaliteit en natuurlijk over concurrentie. Allemaal logische en begrijpelijke onderwerpen. Alleen daar ligt zelden het hele verhaal. Het vertrek wordt behandeld als iets wat de werknemer plots besluit, terwijl het een besluit is dat al eerder genomen werd. De kleine aanwijzingen werden alleen genegeerd. Momenten waarop de medewerker nog betrokken genoeg was om iets te zeggen, maar niet genoeg gehoord werd om te blijven.
Want goede werknemers vertrekken zelden van de ene op de andere dag. Het begint bij een verandering in energie. Ze stellen minder vragen, brengen minder ideeën in en reageren niet meer met: ‘Zullen we dit slimmer aanpakken?’, maar met: ‘Is goed, ik regel het.’ Daarna verandert hun betrokkenheid. Vervolgens verandert hun gedrag. Ze denken minder mee. Ze vechten minder voor kwaliteit. Ze geven minder feedback. Niet omdat ze niets meer zien, maar omdat ze niet meer geloven dat hun signaal iets verandert of gezien wordt. En dat is vaak het moment waarop een medewerker innerlijk al vertrekt, lang voordat de ontslagbrief op tafel ligt.
Dat maakt vertrek zo verraderlijk. Aan de buitenkant lijkt iemand nog aanwezig. De klant wordt geholpen, de targets worden nog gehaald en mails worden beantwoord. Collega’s merken hooguit dat iemand wat stiller is of minder initiatief toont. Maar onder de oppervlakte is het signaal al verschoven. Van betrokkenheid naar afstand. Van eigenaarschap naar uitvoering. Van meedenken naar afhaken. Stilte is zelden neutraal, het is vaak een voorteken met vertraging.
Onderzoek naar verloop laat zien dat medewerkers bijna nooit alleen vertrekken vanwege salaris. Natuurlijk doet geld ertoe. Niemand betaalt zijn hypotheek met complimenten en een schaal koekjes bij de koffieautomaat. Maar veel vaker zit het signaal dieper. Mensen willen niet alleen een goed pakket, ze willen merken dat hun werk ertoe doet. Dat hun ideeën niet in het mapje ‘later’ verdwijnen. Dat hun frustraties niet worden weggewuifd met ‘zo doen we het hier nu eenmaal’. Dat hun manager niet alleen vraagt hoe het gaat, maar ook luistert naar het antwoord. Wanneer die boodschap te vaak niet landt, ontstaat er iets dat gevaarlijker is dan ontevredenheid: onverschilligheid.
Daar gaat het in organisaties vaak mis. Kritiek wordt gezien als weerstand, frustratie als negativiteit, en een scherpe opmerking als iets wat vooral ‘even moet zakken’. Terwijl juist in die momenten vaak het meest waardevolle signaal zit. De medewerker die zegt dat het proces niet werkt, de collega die voor de derde keer benoemt dat klanten afhaken op dezelfde stap, of de medewerker die waarschuwt dat de werkdruk niet houdbaar is, probeert niet moeilijk te doen. Diegene geeft informatie. Vaak zelfs informatie waar een organisatie veel geld, tijd en verloop mee kan besparen. Een medewerker die feedback geeft, heeft namelijk nog hoop dat er iets kan veranderen. Het signaal is dan geen aanval, maar een kans.
De meest ongemakkelijke vraag na een vertrek is daarin vaak pijnlijk simpel: wanneer heeft deze medewerker voor het laatst aangegeven dat er iets niet goed zat? Vaak blijkt dat er eerder al signalen waren. Een gesprek na een overleg, een opmerking tussen twee agendapunten door, of een probleem dat meerdere keren terugkwam maar nooit echt eigenaar kreeg. De waarschuwing was er dus wel, maar er werd niet naar geluisterd. En dat lijkt efficiënt, totdat later blijkt dat het de laatste druppel was.
Voor leidinggevenden zit hier een harde, maar waardevolle les. Retentie begint niet bij een tegenbod en ook niet bij een exitgesprek. Retentie begint veel eerder, op een gewone dinsdagmiddag. Het begint bij het herkennen van het signaal zolang diegene er nog is. Bij nieuwsgierig blijven wanneer iemand kritisch wordt, bij doorvragen wanneer iemand zegt: ‘Laat maar, komt wel goed,’ en bij serieus nemen wat iemand zegt voordat diegene besluit dat het zeggen geen zin meer heeft. Want zodra een medewerker emotioneel heeft uitgecheckt, loop je vaak achter de feiten aan.
Dat vraagt om ander leiderschap. Niet harder sturen, maar beter luisteren. Niet elk signaal meteen willen oplossen met beleid, een nieuwe tool of een extra bila, maar wel willen begrijpen wat het betekent. Goede leiders wachten niet tot iemand expliciet zegt dat hij weg wil; zij letten op wat er verandert. De medewerker die eerst met drie oplossingen kwam en nu alleen nog vraagt wat de bedoeling is. De collega die altijd zo enthousiast was en nu als eerste de call verlaat. Het zijn geen losse details, maar wezenlijke signalen die samen een patroon vormen.
Voor HR en werkgeverschap is dat essentieel. De aandacht voor behoud zou eigenlijk al moeten beginnen lang voordat er sprake is van een openstaande functie. Het begint op het moment dat iemand nog binnen is, nog betrokken is en nog signalen afgeeft. Soms zitten de hoge kosten niet in het aannemen van een nieuwe medewerker, maar in het verliezen van een goede kracht die al in huis was. Dan wordt recruitment geen groeimiddel, maar schadeherstel.
Wanneer een vertrek plotseling lijkt, zijn de eerdere aanwijzingen vaak genegeerd. De kunst is dus niet om mensen vast te houden wanneer ze al besloten hebben te gaan, maar om eerder te zien, eerder te erkennen.
Zoals vaak aan Peter Drucker wordt toegeschreven:
“The most important thing in communication is hearing what isn’t said.”
Misschien is dat precies waar modern werkgeverschap begint. Niet bij het redden van mensen die al weg zijn, maar bij het horen van het signaal voordat iemand vertrekt.
Wil je sparren over de inhoud van dit artikel, of heb je vragen? Neem gerust contact op.
We komen graag met je in contact.